| 20090609, Bespiegelingen over gemeentelijke herindeling |
'H-woord': kans of bedreiging voor de dorpen Gemeentelijke herindeling. Twee woorden die het afgelopen jaar vaak over de lippen zijn gekomen in gemeentehuizen en provinciehuis. In een aantal gemeenten was het ook een gespreksonderwerp onder burgers en dorpsbelangen. Want wat betekent eventuele herindeling voor de dorpen? Moeten de dorpen op hun hoede zijn als het 'h-woord' valt, of biedt de herindelingjuist enorme kansen? We vroegen het aan gedeputeerde Sjoerd Galema, aan dorpenco?rdinator Hans Boerrigter van de gemeente W?nseradiel, aan twee bestuursleden van dorpsbelang, namelijk Folkert Elgersma en Yme Wiersma en aan Doarpswurk-consulent voor Zuidwest Titus Sijmonsma.?Als de provincie, gemeenten en het Rijk iets hebben geleerd van de vorige ronde gemeentelijke herindelingen in de jaren tachtig, dan is het wel dit: de impuls voor herindeling moet 'van onderop' komen. Dat betekent dat gemeenten het zelf moeten willen - en Rijk en provincie het dus niet opleggen - en dat er sprake is van voldoende draagvlak, ook onder burgers, om de nodige stappen te zetten. 'En dat betekent veel en goed communiceren,' zegt gedeputeerde Galema. Hij heeft binnen het provinciaal bestuur 'bestuurszaken en bestuurlijke kwaliteit' van gemeenten in portefeuille. Als gedeputeerde volgt hij de ontwikkelingen ten aanzien van de gemeentelijke herindeling op de voet, ondersteunt als daar behoefte aan is en brengt de gevolgen van eventuele herindeling voor de provincie in kaart. Pas als die ongewenst zijn, grijpt de provincie in. Herindeling is dus bovenal een taak van de gemeenten. Dat geldt ook voor het proces tussen gemeente en inwoners. Galema: 'De gemeenten moeten contact zoeken met de burgers en omgekeerd. Net zo lang tot de boodschap van beide kanten goed begrepen is en visies zijn uitgewisseld.' Eenvoudig is dat niet. Gemeenten denken vaak dat ze iedereen goed hebben ge?nformeerd. Maar als de besluitvorming dichterbij komt, zeggen burgers toch: Waarom weten wij hier niets van? 'Mensen verdiepen zich niet altijd even zeer in gemeentelijke ontwikkelingen. Als ze al iets meekrijgen over herindeling, denken ze: 'het zal zo'n vaart niet lopen'. Maar opeens is het dan wel zover en is het proces niet meer te keren.' Assertief opstellen Tot nu toe is er volgens Galema niet per se verzet in de dorpen tegen gemeentelijke herindeling. 'Wat wij veel horen is: we willen goed geholpen worden, we willen onze voorzieningen behouden, we willen dat er ook in de toekomst sprake is van gemeenschapszin. En hoe groot de gemeente is, of waar het gemeentehuis staat, maakt ons dan niet uit.' Dorpen zouden volgens Galema 'scherp' in het proces moeten staan. 'Laat de gemeente maar duidelijk maken wat ze met de dorpen wil. Kleinere dorpen zijn soms bang ondergesneeuwd te raken als een gemeente verschillende grotere plaatsen kent. Dorpen mogen eisen dat er helderheid is over de verhoudingen tussen de kernen.' Gemeenten kunnen op hun beurt eventuele kou uit de lucht halen door beleid op maat te maken in plaats van veel vast te leggen in regels. 'Geen dorp is hetzelfde. Er zijn dorpsbelangen en dorpshuizen die zichzelf prima kunnen redden en niet zitten te wachten op regels. Die willen dat de nieuwe gemeente ook pragmatisch met de regels, omgaat, net als de oude. En dat ze op steun kunnen rekenen als ze problemen willen aanpakken of willen investeren. Ze willen kortom een optimale relatie en dienstverlening. De schaal van de gemeente is daaraan ondergeschikt.' Nauwelijks ter sprake met de herindeling. Di? is nauwelijks ter sprake gekomen.' Dezer maanden reist Boerrigter alle 26 dorpen in zijn gemeente af om met de dorpen in kaart te brengen welke afspraken er zoal gemaakt zijn. Hij werkt bovendien in opdracht van college en raad aan een Dorpennota. De afspraken per dorp zullen als bijlagen aan deze Dorpennota worden toegevoegd. Tot voor kort was het maken van afspraken zonder die aan alle kanten af te timmeren en volledig vast te leggen, niet ongebruikelijk. 'De mensen in een kleine gemeente kennen elkaar en weten wat zij aan elkaar hebben.' Voor een nieuwe, grote en dus in bepaalde opzichten anoniemere gemeenteorganisatie, is vastleggen een verstandige keus, meent Boerrigter. 'Het geeft de dorpen houvast.' Die houvast moet ook de Dorpennota bieden. 'Die hebben we nu nog niet. Dat wil niet zeggen dat er geen beleid gemaakt is voor dorpen. Vaak maakt dit onderdeel uit van regulier beleid! Volgens Boerrigter staat in de Dorpennota de communicatie met de dorpen centraal. 'Het gaat dan om zaken als: hoe communiceert de gemeente met een dorp, bijvoorbeeld als er werkzaamheden gaan plaatsvinden. Hoe organiseert de gemeente inspraak. Hoe vaak vindt overleg plaats met het bestuur. En wie is het directe aanspreekpunt. Ik denk dat de functie van dorpenco?rdinator belangrijker wordt in een grotere gemeente.' Boerrigter heeft toe nu toe niet zo veel negatieve geluiden gehoord in de dorpen als het gaat om de herindeling. 'Wel een houding van: voor ons hoeft het niet. Maar ais ik dan duidelijk maak dat wij, ambtenarij en bestuur van de gemeente, het werk dat op ons afkomt niet aankunnen, dan begrijpen mensen het wel. En ik merk dat de mensen ook wel begrijpen dat een grotere schaal ook meer kwaliteit betekent.' Als het aan Boerrigter ligt, gaat de nieuwe gemeente de mogelijkheden van dorpen niet aan alle kanten 'dichttimmeren'. 'Ik zou willen dat we de dorpen bijvoorbeeld een eigen budget zouden kunnen geven. En dan niet tedere honderd euro verantwoorden, maar hen wat richtlijnen en vooral vertrouwen geven. Maar zover is het nu nog niet...' De vraag fileren De antwoorden op die vragen, nemen een stuk emotie weg en maken vaak ook helder waar op ingezet zou moeten worden door de dorpen. Het is al eerder gezegd: een duidelijk aanspreekpunt in het gemeentehuis, bijvoorbeeld. 'In dat luidop nadenken, komen dorpen zelf nogal eens tot de conclusie dat hun mogelijkheden misschien alleen maar toenemen. Dat het er misschien niet zo zorgelijk bijligt als je op het eerste oog zou denken.' Vanzelf zetten dorpen in op leefbaarheid. Een nieuwe gemeente moet vooral inzetten op het behoud daarvan. Volgens Sijmonsma is het proces naar herindeling ook een goed moment om te defini?ren wat een dorp daaronder verstaat. 'De samenleving staat niet stil. Dorpen staan niet stil. Soms bespeur ik een 'hang' naar vroeger. Maar een dorp kent steeds meer forensen bijvoorbeeld en er wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale diensten. Al deze factoren hebben invloed.' ? Sijmonsma merkt dat er verschil is tussen gemeenten die al een dorpenco?rdinator hebben en dorpen die dat niet hebben. 'Dorpen die al een duidelijke overlegstructuur hebben met de gemeente, maken zich minder zorgen. Daar staat of valt denk ik veel mee. Dorpen moeten hun vragen en grieven ergens neer kunnen leggen.' Doarpswurk kan volgens hem veel betekenen in het stellen van de juiste vragen zowel bij gemeenten als bij dorpen. 'En er vervolgens op toezien dat de afspraken gedragen worden ?n goed verankerd zijn. Herindeling moet ook voor de dorpen een stap vooruit zijn. Daar zetten wij ons nadrukkelijk voor in.' Nadat de gemeente besloot een andere weg in te slaan en het Zuidwestavontuur achter zich liet, werd het even stil. 'Nu lezen we in de krant over idee?n voor samenvoeging met bijvoorbeeld Lemsterland en Skarsterl?n. De gemeente heeft de dorpen daar niet over op de hoogte gebracht. En dus wachten we rustig af,' zegt Wiersma. 'We hebben het er onderling wel eens over, maar het is nog veel te vroeg voor een gezamenlijk standpunt. Als besluitvorming dichterbij komt, zal het vanzelf gaan leven. Dat is nu nog niet het geval.' 'De samenleving staat niet stil. Dorpen staan niet stil.? (uit: "?s plattell?n LIBBET", Jaarbericht 2008 van Doarpswurk) Laatste wijziging: 09-06-2009 11:24 |
|



