www.wergea.com

20090801, Friesland kan blijven drijven. reportage / merenproject
Op 01-08-2009 16:14

Het toerisme in Friesland krijgt een fikse impuls met een ambitieus merenproject. Maar niet iedereen staat te juichen. 'De mensen in het dorp missen hun praatje bij de brug.'

Door Tjerk Gualth?rie van Weezel

 

De kerk van het oud-Frie­se dorpje Wergea (Warga) wordt ontsierd door een spandoek met de tekst 'Hoe faak wippen Dina en Appie tijdens de merke?' De winnaars van de dub­belzinnige prijsvraag kunnen uit­zien naar een diner voor twee in de lokale 'gasterij' (eerste prijs) of een geheel verzorgde barbecue (twee­de prijs).
Dina is een stoere vrouw die zich in een blauwe sweater van de ge­meente Boarnsterhim en een re­flecterend hesje op een stoel naast de brug heeft geposteerd. Ze is de br?gewipper, de brugwachter, van Warga. En ze heeft ze er een klein handeltje in gerookte paling bij. Dat kan gemakkelijk, helemaal nu ze de oude brug over de smalle vaart steeds minder hoeft te wip­pen. Sinds een paar weken geleden de staandemastroute is geopend, varen veel boten door een nieuw gegraven kanaal met een bocht om Warga heen.

Een paar honderd meter buiten het dorp komen ze dan bij die an­dere wipper: Appie Zwerver. Een trotse Fries, stammend uit een ge­slacht van sk?tsjesilers. Met zijn collega JanVeenstra overziet hij vanuit zijn torentje het nieuwe vaarwater. 'Met behulp van de glas­vezel' bedienen zij vanaf deze plek nu drie bruggen in de staandemastroute.

De nieuwe situatie is h?t gesprek in het dorp. 'Waardeloos', vindt Dina. 'Ik heb niets te doen, van­daag pas twintig boten. En de men­sen in het dorp missen hun praatje bij de brug. De levendigheid is er­uit.' De lokale supermarkt is vol­gens haar ook gedupeerd. 'De bootjes leggen hier niet meer aan om inkopen te doen.'

Dat laatste is wel de bedoeling van het Friese Merenproject, waar­van de staandemastroute een be­langrijk onderdeel is. 'Het draait erom de werkgelegenheid en de inkomsten in de toeristische sec­tor te verhogen', zegt projectleider Jaap Goos in zijn werkkamer op het provinciehuis in Leeuwarden. Als er ergens tekort aan is in Friesland, dan is het wel aan laag­geschoold werk. De afgelopen jaren zijn er veel banen in de maakindustrie naar lagelonenlanden verplaatst. De landbouw is steeds minder arbeidsintensief gewor­den. Maar ook voor jongeren die hbo hebben gedaan, is het lastig een baan te vinden. Velen verlaten de provincie.

Groei in de toeristische sector kan uitkomst bieden. Mede met hulp uit Brussel heeft Friesland 'als economisch achtergebleven EU-regio' daarom besloten flink te inves­teren in het sterke punt van de provincie: het water. Sinds 2000 is er inmiddels 245 miljoen euro in de Friese vaarwegen gestoken. 'Waarvan 70 procent overigens ge­woon door de provincie en de ge­meenten is opgebracht', haast Jaap Goos zich eraan toe te voegen.
Het meest in het oog springende project dat met het geld is gebouwd, zijn vijf aquaducten. Goos geeft college bij een provinciekaart. 'De lange wachttijden bij bruggen wekte bij veel waterspor­ters irritaties op. Het werd er vaak gevaarlijk druk. Daarom zijn die aquaducten gebouwd. Ook op de weg is er nu minder oponthoud. Een adviesbureau heeft voorgere­kend dat de betonnen waterbakken het bedrijfsleven jaarlijks 2,5 miljoen euro schelen.'

Bouwen en baggeren.
Met het Friese Merenproject neemt de provincie Friesland alle waterwegen op de schop. Het project bestaat uit twee fasen:

1. De eerste fase begon in 2000 en werd vorig jaar afgerond. Gereali­seerd: 1.600 aanlegplaatsen,
60 verhoogde en nieuwe bruggen, 5 aquaducten, 225 km vaarroute gebaggerd, 145 km vaarroute ver­diept, 140 km vaarweg voor gro­tere boten geschikt gemaakt, 5 watersportplaatsen en jachtha­vens verbeterd, 20 km fiets- en wandelpaden aangelegd.

2. In de tweede fase, tot 2013, staan op het programma: uitbrei­ding van de sluis in Stavoren, af­schaffing van pauzes bij de bedie­ning van bruggen en sluizen, ver­betering van de toegangspoorten (havensteden) in Waddenzee en IJsselmeer, noordelijke Elfstedenvaarroute bevaarbaar maken, wachttijd verminderen bij Kornwerderzand, verbetering van de verbinding met Drenthe, Gronin­gen en Overijssel, meer passantenligplaatsen in watersportcentra en meer gezinsvoorzieningen, zoals strandjes en speelplekken.

 

 

Met de klok mee:

- vanuit hun toren bij de nieuwe brug buiten Warga bedienen Appie Zwerver en zijn collega drie bruggen;
- br?gewipper Dina Dijkstra zet de weg af bij de oude brug in Warga;
- het nieuwe aquaduct bij Leeuwarden;
- Dina krijgt een fooi van passanten.
Foto's Harry Cock / de Volkskrant

 


Maar er is nog veel meer gedaan: het starteiland in het Snekermeer, dat gedurende de komende Sneekweek weer volop dienst zal doen, is volledig gerenoveerd. Ook zijn de beroeps- en pleziervaart nu beter gescheiden. Met name dat laatste moest volgens Goos echt gebeuren omdat het grote aantal huurboten de schippers van de Rijnaken in het Prinses Margrietkanaal vaak een hartverzakking bezorgde. 'Het is eigenlijk een wonder dat er zo weinig ongelukken zijn gebeurd.'

Nu zijn er parallelle vaarwegen gecre?erd, waaronder dus de staandemastroute. Het zijn toeris­tische verbindingsvaarten die tus­sen de verschillende watersportgebieden lopen. Ze voeren langs dorpjes en zijn ook voor grotere pleziervaartuigen goed bevaar­baar. Met dat oogmerk zijn de afge­lopen jaren bruggen verhoogd, vaarten verdiept en verbreed, ter­wijl langs de route aanlegsteigers zijn gebouwd en havens opge­knapt.

Twarres
Dat ze in Warga over de route kla­gen vindt Appie, die zelf uit een buurdorp komt, daarom maar kortzichtig. 'Ze hebben niet door dat er nu veel meer boten het dorp passeren en dat de nieuwe vaart onderdeel is van een groter ge­heel.' Hij noemt Warga 'een bijzon­der dorp', de inwoners zijn vol­gens hem allemaal heel muzikaal. Twarres komt er vandaan, net za­gen we Siep van der Ploeg, de zan­ger van De Kast, nog langs fietsen. Hij heeft wat met zij van Twarres.' Maar van de handel, wil Appie maar zeggen, hebben ze in Warga weinig begrepen. 'Als ze een fat­soenlijk terras zouden openen en passanten met borden langs de route verleiden om aan te leggen, dan kunnen ze ervan profiteren.'

Elders in de provincie lijkt het Friese Merenproject al wel zijn vruchten af te werpen. Het toeris­me is bijna de enige bron van in­komsten die niet terugloopt. Inte­gendeel: de afgelopen drie jaren groeide de sector met 13, 9 en 0 procent. Dat is zo'n 5 procent beter dan het landelijk gemiddelde. Sinds er met het project is begon­nen, zijn er ruim 2.700 banen in toerisme en recreatie bij geko­men.

Veel protest heeft het ingrijpen­de infrastructurele project dan ook niet opgeleverd. 'Er waren na­tuurlijk wel gedupeerden die be­zwaar maakten, zoals de bewoners van woonboten, die het aantal pas­serende schepen voor hun raam ineens ingrijpend zagen toene­men', zegt Goos. Maar verder bleef de schade beperkt. Zelfs de milieu­beweging kwam niet groots in het geweer omdat behoud van het landschap een belangrijk onder­deel was van het project. 'Het land­schap is de reden dat de water- , sporters hier komen.'


In de tweede fase van het Friese Merenproject - die nu is ingegaan en tot 2013 zal duren - krijgt het landschap een nog grotere plek. Al wordt er ook nog gewoon gebag­gerd en gebouwd: het noordelijk deel van de Elfstedenroute wordt bevaarbaar gemaakt, en de capaci­teit van de
toegangssluizen wordt vergroot.
'Duurzaamheid is de trend in de watersport', zegt Goos. 'We willen daarom energieneutrale havens bouwen en de waterkwaliteit om­hoog brengen door het makkelij­ker te maken de vuilwatertank bij de havens te legen.' Uit onderzoek is gebleken dat toeristen zich nu vaak storen aan grote bouwwer­ken en oneigenlijk kleurgebruik in het landschap. Goos: 'Mensen associ?ren Friesland toch met groen, bruin, rood en blauw. Als er dan ineens een gele loods in het landschap staat, storen ze zich daaraan. Ook dat proberen we aan te pakken.'

De hele operatie wordt net als de afgelopen jaren met een welhaast chirurgische precisie aangepakt: achter elke handeling schuilt een consumentenonderzoek. Het team van Jaap Goos werkt daar­voor nauw samen met Marketing Frysl?n, waar Paul van Gessel de scepter zwaait. Met een nauwkeu­rige blik op de bezoekers van de site beleeffriesland.nl en de boe­kingsgegevens die de stichting van haar leden krijgt, houdt zij constant de vinger aan de pols van de toeristische sector in Friesland.

Gezinnen
Als geen ander weet Van Gessel welke groepen toeristen er naar Friesland komen en - belangrijker - wie er commercieel interessant is. De infrastructuur en de marke­ting worden daarop afgestemd. Er is vooral veel geld te verdienen aan gezinnen met kinderen jonger dan 15 jaar en stellen van boven de 45 in de wat grotere boten. Ze heb­ben veel van de wereld gezien en kiezen bewust voor het mooie Frie­se landschap. Ze varen weinig en gebruiken hun boot vooral als mo­biel vakantiehuisje. 'Een beetje het type van de Volkskrant-lezer, nu ik er zo over nadenk', zegt de gebo­ren marketingman.
Overal langs de oevers tref je de stereotypen van Van Gessel aan. In de propvolle jachthaven van Stavo­ren bijvoorbeeld. Daar ligt de huurboot van de familie Van der Pijl  uit Hoofddorp. Geen Volks krantlezers - 'wij hebben een lo­kaal dagblad' - maar wel een gezin met twee kinderen van onder de 15. Ze zijn net uit eten geweest en spelen nu nog een spelletje koe­handel in de kajuit van hun motor­kruiser. De boterkoek van de lokale bakker staat op tafel.
Het is een prima vakantie, vin­den ze. 'Het is eigenlijk een camper op het water.' Het besturen van de boot valt mee. 'Met zo'n boegschroef erin kan iedereen varen', vindt vader Van der Pijl.
De twee zoons zijn vooral en­thousiast over het bijbootje met buitenboordmotor. De huur van de boten en het liggeld maken de vaarvakantie van een week tot een prijzig tripje. 'je kunt er drie we­ken voor kamperen.'


Zeiljacht
Ook de familie Dijkstra uit Joure heeft meer geld uitgegeven dan de bedoeling was. Zij liggen aange­meerd voor de brug van Warga te wachten tot de pauze van Appie en zijn collega jan voorbij is. Daarna varen ze door naar huis. Het gezin met vier kinderen is zoals elk jaar met het 10 meter lange zeiljacht weg geweest. 'We passen er net met z'n allen in.' Twee weken heb­ben ze vanaf hun boot Ameland en Terschelling verkend. 'We hebben braaf het advies van staatssecreta­ris Heemskerk opgevolgd om tij­dens deze crisis de vakantie in ei­gen land, of zelfs in eigen provin­cie, door te brengen.'

Paul van Gessel verwijst even­eens naar de uitspraak van Frank Heemskerk over de crisis. Zijn bu­reau heeft er slim op ingespeeld. Hij zag vorig jaar september al, 'nog voor de val van de Lehman Brothers', dat het aantal boekin­gen terugliep. 'Dat liep parallel met het teruglopen van het consu­mentenvertrouwen. Toen heb ik gezegd: jongens, er komt een re­cessie aan.' Van Gessel wist: tijdens een economische dip gaan men­sen minder ver en minder duur op vakantie. 'Daarom heb ik zendtijd ingekocht bij de lokale radio-om­roepen in Nederland en bezuinigd op de promotie in het buitenland. Alleen de campagnes in Noord-Duitsland gingen onverminderd door.' Van de buitenlanders die Fries­land bezoeken, is 80 procent Duits. Goede klanten: maar liefst 60 pro­cent van alle verhuurde motor jachten gaat naar Duitsers.

'Ze hebben in Warga niet door dat er nu veel meer boten passeren'

Vaak kopen ze na een paar jaar huren een eigen boot. En dat is weer goed nieuws voor de werven. Kopen na huren deden ook Herr und Frau K?nig uit Noord-Duitsland. Op het dek van hun grote motorjacht overzien ze vanachter hun boek de haven van Stavoren, waar een lich­te mist van barbecuerook hangt. Sinds 1991 hebben ze een eigen boot in Sneek, waar ze elk tweede weekend heengaan. 'Het mooie van Friesland is dat je gewoon de stadjes in kunt varen. Wij blijven komen.'

Marketing Frysl?n richt zich de komende jaren op allerlei 'innove­rende initiatieven' om de nieuwe infrastructuur aan de man te bren­gen. Daarvoor heeft Van Gessel net nog een extra Europese subsidie gekregen. Er wordt niet alleen aan een betere internetmarketing ge­werkt, inclusief vernieuwende 'ga­mes'. Een ander idee is via draadlo­ze netwerken mensen toeristische informatie te verschaffen over het dorp waar ze langskomen. Wat ze in Warga ook mogen zeg­gen, 'toerisme wordt de redding van Noord-Nederland', denkt Van Gessel.

Bron: Volkskrant zaterdag 1 augustus 2009 wmm


 

Laatste wijziging: 03-08-2009 21:54

PDF