20070109, Stukje Friese cultuurhistorie in Museum De Grutterswinkel
    Archief
        Archief 2007
            Archief januari 2007

Schaatsexpositie van Wergeaster Jitse Hotsma

Stukje Friese cultuurhistorie in Museum De Grutterswinkel

WERGEA/LEEUWARDEN - Een mooi stukje Friese cultuurhisto­rie. Zo ziet Jitse Hotsma (70) uit Wergea zijn verzameling Friese doorlopers, houten schaatsen en gereedschap voor het maken van schaatsen. Deze pronkstukken zijn tot en met 17 maart te zien in Museum De Grutterswinkel in Leeuwarden.

Friesland heeft een eeuwenoude schaatstraditie. In de periode 1800 tot 1970 waren er in Fries­land ongeveer 215 bedrijven, die schaatsen maakten. "In stikje yndustry dat fan grut belang wie foar Fryslân", zegt Jitse, die sinds 1985 een gepassioneerde schaatsverzamelaar is. Hij bezit het groot­ste deel van alle schaatsmodellen in Nederland. "Yn myn kolleksje meitsje ik in űnderskied tusken re­dens dy't in Fryslân makke binne (der binne rűchwei sa'n 150 ferskillende merken) en modellen dy't yn Nederlân makke binne. Dat binne der űngefear santich." Vol­gens Jitse zijn de Friese schaatsenmerken heel makkelijk te her­kennen. "Dy passe hiel goed by it' karakter fan de Friezen. Se binne bynammen funksjoneel, se moatte der fier en hurd op ride kinne én 'last but not least': der moatte net te folle tierelantijnen op en oan sitte." In Wergea hielden in het verleden maar liefst 26 bedrij­ven zich bezig met de fabricage van houten schaatsen. Eén van de meest toonaangevende schaatsfabrikanten was de firma Hoekstra uit Wergea. Jitse heeft een vitrine aan deze schaatsfabrikant gewijd. Hoekstra ontwikkelde in 1875 bij­voorbeeld als eerste de bekende Friese doorloper. "De measte Fryske redens hiene izers dy't healwei de hakke al opholden. Letter hawwe se de izers langer makke, węrtroch se mear komfort krigen." De zoon van reedmakker Hoekstra, Minne, won in 1909 de Elfstedentocht op zo'n Verbeterd model', de zogenaamde 'Wicher de Salis'. Hoekstra was ook de eerste die de schoonrijdschaats en de Friese noor introduceerde.

 

Jitse Hotsma toont één van de pronkstukkken uit zijn collectie, namelijk de 'Verbeterde Wicher de Salis', waarmee Minne Hoekstra in 1909 de Elfstedentocht won. (Foto: Pier van der Heide).

 

De firma Hoekstra heeft voor de prinsesjes Wilhelmina en later Juliana schaatsen gemaakt. In 1905 ontving de firma Hoekstra het pre­dikaat 'Hofleverancier'.

Naast een aantal succesmodellen zijn er ook heel veel minder suc­cesvolle modellen gemaakt. Zoals de vooroefenschaats voor kinde­ren. "Dy is hielendal fan hout mak­ke. De bern koene op dizze redens moai yn 'e hűs op it tapijt oefenje. Dat waard hielendal neat. De measte bern learden it reedriden dochs op natoeriis op de âlde redens fan pakke of beppe." De zaagschaats en aluminiumschaats waren ook al geen succes. "Yn de 'zaagschaats' sieten twa ynkepingen dy't by de start en yn bochten mear snelheid opleverje soenen. Yn 'e praktyk die bliken dat dit űnsin wie. De aluminimiumschaats wie hielendal gjin sukses mei snie."

Buiten Friesland had men meer oog voor het visuele aspect van schaatsen. Daar werd het schoonrijden ook geďntroduceerd. "Bynammen de froulju fűne it prachtich om oer it iis te flanearen." Een schaatsfa-brikant probeerde op deze trend in te spelen door een duplexschaats te ontwikkelen met verwisselbare ijzers voor 'gewoon' schaatsen en schoonrijden. "Yn Fryslân wie dat ek gjin sukses, omdat minsken net fan plan beide takken fan sport op deselde redens te beoefenjen." Ook bijzonder is de hartenschaats. Deze schaatsen hebben een krul in de vorm van een hart. "It ferhaal der efter is dat jonge mannen op dizze redens it hert besochten te feroverjen fan froulju."

Deze en andere bijzondere schaat­sen zijn allemaal te zien op de eerste verdieping van Museum de Grutterwinkel aan de Nieuwesteeg 5 in Leeuwarden. Daarnaast zijn er winterschilderijen te zien van Hinke van der Werf uit Drachten. Een bezoekje aan dit monumenta­le pand is beslist de moeite waard, Het pand was vroeger een deftig herenhuis, dat dateert uit de zes­tiende eeuw. In de achttiende eeuw werd het pand bewoond door Jacob Bourboom, Burgemeester van Leeuwarden. Omstreeks 1900 kocht Klaas Lieuwe Feenstra het pand om er een winkel in kolonia­le- en grutterwaren te beginnen. De winkel werd voor die tijd modern ingericht met twee toonbanken. Links verkocht men kruideniers­waren en rechts werden wijn en likeuren verhandeld. In 1973 ging de deur voorgoed dicht. Tot op de dag van vandaag is de inrichting van de winkel hetzelfde gebleven. Wat in 1900 een moderne winkel was, is nu een prachtig bewaard gebleven oud winkeltje. Het muse­um is dinsdag tot en met zaterdag geopend van 10.00 tot 17.00 uur.

(bron: Mid Frieslander, dinsdag 9 januari 2007 wmm)