20030401, 'Anty Roomske Aaisikers' laten kievitseieren ongemoeid
    Archief
        Archief 2003
            Archief april 2003

WERGEA - Het wil tot nu toe niet echt lukken met de kieviten. Langdurige droogte belet de kieviten eieren te leggen. De 'aaisikers' hebben nog maar een week voor de sluitingsdatum. Voor de 'Anty Roomske Aaisikers' uit Wergea zit het er alweer op. Het zestal 'aaisikers' beperkt het zoeken tot vier dagen en de Wergeasters laten uit principe alle eieren liggen. 'It sykjen en it finen fan ljipaaien is foar ús wichtiger as it meinimmen fan dy aaien', aldus Henk Wielinga.

De Anty Roomske Aaisikers Club (A.R.A.C.)- Zo heet het clubje van de (oud) Wergeasters Jan de Boer, Oenze Dijkstra, Harry Peenstra en Willem Kooistra. Alleen Willem woont nog in Wergea, de rest woont elders in Fryslân c.q. Nederland. Het bestuur bestaat uit de Wergeasters Henk Wielinga en Jelle Dijkstra. Jelle: 'Wy binne allegearre jeugdfreonen. Eartiids wiene wy al aaisikers.' In die tijd gebruikten ze een boot bij het eierzoeken. 'We wiene noch mei in groepke fan sân. De. sânde eisiker wie Roomsk.' Toen de 'zevende aaisiker' zomaar verstek liet gaan, besloot het gezelschap de Anty Roomske Aaisikers Club op te richten. Dat was in 1972. Inrniddels houden de heren het al meer dan dertig vol.

Elk jaar komen de aaisikers in de laatste dagen van maart bijeen om eieren te zoeken. 's Ochtends om zes uur melden ze zich bij het huis van Henk Wielinga en dan gaan ze op pad. Vlak voor zonsondergang keren ze terug. Zelden zijn ze aan het zoeken in de omgeving van Wergea. 'Der binne al san protte aaisikers yn dizze ornkriten. Wy sykje rêstige plakjes.' In het begin verkeerden ze vooral in de Noordelijke tak van de provincie, de laatste ja-


De Anty Roomske Aaisikers van links naar rechts: Jan de Boer, Oenze Dijkstra, Willem Kooistra, Henk Wielinga en Jelle Dijkstra ( foto: Pier van der Heide).

ren zoeken ze vooral in de Zuid-oosthoek van de provincie Jan: 'It is dêr krekt wat waarmer, in ideale omjouwing foar de ljippen,'
In het begin legden ze nog wel eens een briefje bij de eieren met het verzoek aan andere aaisikers om de eieren vooral te laten liggen. Dat doen ze nu niet meer. Henk: 'It hellet neat ut. Oare aaisikers nimme de aaien dochs wol mei.' In een notitieboekje houden de aasikers de vondsten nauwkeurig bij. Aan het einde van de rit maken ze de balans op. De vondst varieert per jaar, maar gemiddeld ontdekken ze ongeveer 127 eieren in vier dagen. Zeker is dat dit jaar geen topjaar zal worden.
Henk: 'It is te droech.' Afgelopen vrijdag hebben ze over de hele dag slechts enkele eieren kunnen vinden. De dag ervoor waren het nog enkele tientallen.
De laatste jaren is het volgens de heren een stuk droger in het land. Henk: 'Yn it ferline fûne wy ek in protte aaien, mar dat wurdt de lêste jierren hieltiten minder.'
In al die jaren hebben de aaisikers heel wat meegemaakt onderweg, van fikse sneeuwbuien tot de nek aan toe in het water. Henk: 'Hoe it waar ek is, wy gean gewoan troch. 'De (oud) Wergeasters kennen elkaar al jaren. Het eierzoeken brengt ze elk jaar weer bij elkaar. Henk: 'Dan is der fansels in hiele protte om te bepraten. Mar it frjemde is, as wy yn it fjild binne praten wy eins allinnich mar oer it aaisykje. It oare praat komt pas as wy wer thús binne.' Voor hun vrouwen organiseren ze de Wergeaster mannen elk jaar een uitstapje. In de statuten van de club staat dat er geen nieuwe leden meer bij kunnen en dat de A.R.A.C. ophoudt te bestaan als het laatste lid overlijdt. Henk: 'It aaisykje ha ik fan hús út mei krigen. Spitich genôch wol de jeugd hjoed-de-dei net mear mei it fjild yn. It liket derop dat er aans net folle aaisikers mear oerbliuwe.'

(bron: Midfrieslander dinsdag 1 april 2003)