20040824, Een lusthof bij Wergea
    Archief
        Archief 2004
            Archief augustus 2004

De tuin van Popkje en Sieds Wobbes:

WERGEA - De tuin van Popkje en Sieds Wobbes is overweldi­gend: overal bloemen, een grote vijverpartij, waterstroompje en overal zithoekjes en bouwsels: het is een kleurrijk geheel. Vro­lijk en met alle bloemenkleuren door elkaar. Want zegt Popkje Wobbes: 'It is krekt as by de minsken, alle minsken binne ek ûngelyk en sa is it by de blom­men ek.'

Aan de Warstienserdyk, tussen Wergea en Warstiens ligt de tuin van Sieds en Popkje Wob­bes. Een vrolijke en kleurrijke tuin, met een grote vijverpartij met siereenden en op verschil­lende plaatsen een bijzonder bouwwerk. De tuin is in feite in drie gedeeltes ontstaan. Toen Sieds en Popkje Wobbes er 43 jaar geleden kwamen wonen, net na hun huwelijk, was er in feite nauwelijks een tuin bij. Popkje riep in eerste instantie zelfs dat ze er beslist niet wilde wonen. Een vaart liep vlak om het huis heen. Na de ruilverka­veling kregen ze de kans een stukje land erbij te kopen, in 1981 weer en tien jaar later nog eens een stukje. Nu is de tuin ruim 2000 vierkante meter. Ook al was de tuin eerst klein, Popkje was altijd al met bloe­men bezig. 'Dat hie ik as bern al, ik hie altyd in stikje tún.' In dat stukje tuin werden bloemen gezaaid en ook toen al veelkleu­rig. Stekken, planten en strui­ken opkweken, dat is de afde­ling van Popkje. Ze heeft een kas waar stekjes opkweekt wor­den, en waar nu de komkom­mers en tomaten staan, ook uit zaad opgekweekt. In hun tuin staan prachtige voorbeelden van fraaie bomen die al in de container lagen maar hier een tweede kans kregen. De tuin doen ze gezamenlijk. 'Yn it begjin wie ik der mear mei dwaande, mar nei't Sieds yn 'e vut kaam doggen wy it tegearre.' Maar waar Sieds zich absoluut niet mee mag be­moeien zijn de planten en het onkruid. 'Hy skuorret der sa de planten út.' De rozen mag hij wel doen, steeds de uitgebloeide bloemen er uit knippen zodat ze door blijven bloeien en mooi in vorm blijven.

Onenigheid over de tuin hebben ze nooit, de ideeën daarover zijn gelijk. 'Wol is it sa dat Sieds meastentiids mei de ideeën komt, ik hald my mear dwaande mei de beplanting.' Een nieuw project staat al weer op stapel: een stukje tuin achter het huis is niet helemaal meer naar tevredenheid en zal veran­derd worden.

Sieds en Popkje Wobbes. (Foto: Pier van der Heide).

Wobbes is een creatief man, van afvalhout en gekregen resthout maakt hij de fraaiste bouwsels. Het tuinhuisje is daar een mooi voorbeeld van. In de buurt was een boerderij afgebrand, de res­tanten zouden worden afge­voerd, maar Sieds zag nog wel mogelijkheden met wat kozijn­hout. In zijn 'hok' zoals hij z'n werkplaats noemt werd een tuinhuis in gedeeltes opge­bouwd als een soort bouwpak­ket. Op de plek in de tuin werd alles in elkaar geschroefd. 'En it paste ek allegear,' zegt z'n vrouw. Het tuinhuisje heeft aan de rand van de tuin een mooi uitzicht op de omliggende lan­derijen en het nabij gelegen Wergea. Het was al geplaatst met het oog op de toekomst voor het geval de Staande Mast Route aan deze kant van Wer­gea zou komen, dan hadden ze er een mooi uitzicht op. Maar inmiddels is besloten dat de SMR aan de andere kant van het dorp komt, 'en dat spyt ús neat.'

Wobbes maakt eerst een schetsje hoe het moet worden en werkt het dan uit. Hij ziet iets en dat brengt hem weer op een idee. Hij koopt één beton­nen kikker en maakt naar dat voorbeeld zelf nog een stuk of wat zodat het een waterorna­ment in de grote vijver wordt. Wobbes kan ook alles gebrui­ken en dat weten de mensen uit de omgeving. 'Ik ha wat hout hjir del lein,' klinkt het even la­ter. Wobbes ziet wel weer moge­lijkheden om te gebruiken. Overal staan voorbeelden, van een leuke zitbank tot een grote klokkenstoel. In de klokken­stoel hangt ook nog een klok die ze via via uit een klooster hebben. En elke avond om stipt 18.00 uur wordt de klok door Wobbes geluid, 'Tweintich kear. Mar ik bliuw der net foar thús hear.' Al die verrassende bouw­werken maken de tuin nog le­vendiger.

Midden in de bloementuin is een gedeelte waar groenten worden geteeld. Ze hebben net de boerenkoolplantjes gezet. 'Fierder ha wy net safolle: wat sla, woarteltsjes, beantsjes, sipels en ierappels.' De tuin is op deze mooie nazomeravond in augustus nog een plaatje. Er staat nog veel in bloei en uitge­bloeide bloemen worden steeds weggeknipt. De tuin staat hele­maal vol met planten: 'dat hat as foardiel dat der gjin unkrûd yn komt.'

De tuin mag dan wel vol staan, veel planten kopen ze niet. Het is uit zaad of stek of planten die ze krijgen om weer op te kweken. Volgens Popkje Wobbes is de tuin midden juli op z'n mooist. Dan staat alles prachtig in bloei en zijn de ro­zen ook helemaal uit. De tuin heeft het dit jaar wat zwaar ge­had met eerst de droogte en laatst die zware slagregens. 'Ach, je moatte it ek nimme sa't it komt, it is de natoer.' De tuin is ook een toevluchtsoord voor veel vogels. In de vijver houden ze zelf wat siereenden en dat trekt weer wilde eenden aan. Een eend die ooit als piepklein eendje door hun dochter is op­gekweekt is er al twaalf jaar. Overal in de tuin hebben winterkoninkjes nestjes gemaakt, tot zelfs bij het terras waar het echtpaar 's avonds graag zit. Mevrouw Wobbes laat het kleine bouwwerkje zien, in een achteloos opgehangen rieten mandje heeft het vogeltje een prachtig schuilnestje gemaakt.

Aan openstelling van hun tuin doen ze niet, 'want dan freegje se fan alles en ik wit lang net alle nammen,' zegt mevrouw Wobbes. Tuinbezoekers, bij­voorbeeld van een tuinclub zijn desondanks welkom. Ze vragen geen entree want dan verwach­ten de bezoekers ook niet dat ze alles weten. Toch zal dat wel meevallen, want ze delen graag hun opgedane ervaring en ken­nis. 'Asters net twa kear op itselde plak delsette, dat jout minder bloei, de blommen út de flinterstrúk knippe dat jout wat mear neibloei, dahlia's binne hiel goed út sied op te kweken,' op een natuurlijke manier de­len ze veel kennis tijdens een wandeling door de tuin. Elke dag zijn ze wel even in de tuin bezig, al willen ze dat ook weer niet al te fanatiek doen, want 'de tún sit ús net op 'e rêch. As wy fuort wolle dan dogge wy dat.' Maar echt lang of vaak gaan ze niet weg, daar hebben ze beiden geen behoefte aan. 'Wy fermeitsje ús thús better. Wy rommelje tagearre wat troch. Dit is ús hobby.'

Lieneke van Dijk.

(bron: Mid Frieslander dinsdag  24 augustus 2004 wmm)