Door het lint..
Verbijsterd, aangedaan, verbaast, misschien is ontzettend kwaad toepasselijk, als het gaat om het net niet krijgen van een onderscheiding.
Ik had mijn vrouw de revers van het colbert al wat op laten rekken.
Die verduvelde speld met dat fraai oranje moest er wel met gemak door. De 'eerste burger' moest zichzelf niet in de vingers japen. Een met bloed besmeurde jas is tijdens zo'n gebeurtenis niet op zijn plaats.
Ieder moment van de week, ieder moment van de dag…. Ja ieder uur had ik er op gerekend, was ik er klaar voor…dat telefoontje van bijvoorbeeld een ambtenaar van het gemeentehuis.
Of ik zo vriendelijk zou willen zijn om donderdagmorgen even naar Grou te komen, omdat er wat mis is gegaan met het paspoort , wat mij drie weken geleden is verstrekt.
Familie die, Joost-mag-het-weten met wat voor onnozel verhaaltje, de bewuste dag niet naar het werk hoeven.
Je kinderen die stiekem staan te grinniken na elk woord als het om morgen gaat, omdat moeders gezegd heeft…. Jullie hoeven morgenvroeg niet naar school….maar denk erom, geen woord tegen je vader.
En potverdorie, niks , helemaal niks, zelfs geen speld. Potverdorie noch eens aan toe zeg, ik kan wel janken.
Al vier jaar een aanbeveling gestuurd, mezelf de hemel in geprezen.
Maar ook anderen zijn gevraagd om even een balletje op te werpen bij de Burgemeester.
Mij kwam ter ore dat DER RUDI zichzelf al 60 jaar naar voren schuift, omdat naar zijn zeggen hij onder anderen de breuk met Duitsland heeft gelijmd.
Een man die zeker 30 jaar zijn geld in marken ontvangt. En als het om voetbal gaat eerder voor “die manshaften” zijn keel schoon schreeuwt dan voor onze oranjehemden.
Hij kreeg wel….
Verdomme nog aan toe..
Woest, doem was ik.
Dan is het een dag of wat rustig, heel rustig, te rustig.
Er moet een andere remedie worden toegepast. 40 jaar uitsloven voor het één en ander zit er niet meer in. Een hit score ook niet. Maar er moet zeker iets gebeuren. Alles, ja alles zal uit de kast moeten worden gehaald. En dat heb ik er voor over, reken maar.
De dag na de uitreiking van de lintjes komen de gelukkigste mensen van ons vaderland in de courant. Geniet je boven modale bekendheid dan zelfs met een fotootje.
Ik kan het niet meer aanzien.
Vlug knip in een strookje van de nieuwe veters uit de schaatsen van de kinderen.
Tijdens het wandelen sla ik, bijvoorkeur bij de bushalte, de overjas iets op. Sommige mensen kunnen nog net een glimp opvangen. Trots loop ik verder.
Vroeg of laat zal het slagen.
Mei, 2001
MOND- EN KLAUWZEER
Mond- en klauwzeer of tongblaar is een acute, zeer besmettelijke virusziekte, waarbij typische blaren (aften) worden gevormd in de mondholte en aan de klauwen. Deze ziekte komt over de hele wereld voor, zowel bij in het wild levende als bij gedomesticeerde evenhoevige dieren zoals runderen, varkens, geiten en schapen. Voor de ontwikkeling van een entstof eiste de ziekte ook in Nederland veel slachtoffers onder het vee. In ons land is de ziekte de laatste jaren niet meer vastgesteld. Het is een zoönose.
Verwekker
Het oorzakelijk virus, een Aphthovirus, behoort tot de Picoma-virussen en is een klein RNA-virus.
Het virus is resistent tegen uitdroging en lage temperaturen. Het is in melk zeer resistent tegen
verhitting. Bij een relatieve luchtvochtigheid van meer dan 60% kan het virus in de lucht langere tijd overleven.
Van het MKZ-virus zijn zeven typen (A, 0, C, Asia 1, SAT 1, SAT 2 en SAT 3 (SAT = South African Territories)) en vele subtypen bekend. Na het doormaken van een mond- en klauwzeer infectie ontstaat een typespecifieke immuniteit die enkele jaren blijft bestaan.
Besmettingsweg
De verspreiding van de infectie vindt plaats door direct contact tussen vee, door contact met of opname van besmet voedsel of besmette melk, door besmet sperma, via de lucht en door transport van het virus door vogels, mensen, besmette veewagens enz.
Vooral de melk van niet-gevaccineerde dieren kan veel virus bevatten. Het voeren van melk kan dan een explosieve verspreiding van de ziekte veroorzaken. Onder sommige (meteorologische) omstandigheden is verspreiding van het virus door de wind over een afstand van 50 kilometer mogelijk.
Ook de mens kan een rol spelen bij de overdracht van het virus. Dit kan plaatsvinden door overdracht van het virus via kleding en schoeisel Onder experimentele omstandigheden is aangetoond dat bij de mens na het inademen van uitgeademde lucht van zieke dieren het virus ongeveer 24 uur in de longen kan overleven.
Geïnfecteerde dieren spelen een verschillende rol bij de verspreiding van de infectie. Varkens kunnen in korte tijd veel meer virus uitscheiden dan herkauwers, maar sommige herkauwers kunnen tot drie jaar drager blijven en dus langere tijd virus uitscheiden.
Gevolgen
Opname van het virus kan plaatsvinden door inademen, via het mondslijmvlies en via de(beschadigde) huid in de omgeving van de klauwen.
Na opname vermeerdert het virus zich ter plaatse en verspreidt zich via het bloed naar die delen van huid en slijmvliezen waar blaasjes (aften) worden gevormd, of naar de hartspier. ( jonge kalveren, lammeren en biggen)
Runderen, schapen, geiten en varkens zijn reeds infectieus voor andere dieren voor de blaasjes zichtbaar zijn. Het virus wordt uitgescheiden met speeksel, uitgeademde lucht, de inhoud van de blaasjes en urine, melk en mest. Ook de in de regel intacte huid kan veel virus bevatten.
Veel dieren kunnen nog een aantal weken nadat de verschijnselen zijn verdwenen het virus uitscheiden en enkele herkauwers blijven zelfs maandenlang (tot drie jaar) drager en uitscheider van het virus.
Na een incubatietijd van ongeveer 2-14 dagen en een ziekteduur van circa 7-10 dagen treedt na zo'n drie weken volledige genezing op, mits er geen complicaties zijn opgetreden. Eerst worden op de plaats van binnenkomen van het virus meestal onopvallende, dunwandige primaire blaasjes gevormd, zonder koorts en symptomen. Daarna verspreidt het virus zich via het bloed (koorts)en er ontstaan zichtbare secundaire aften. De virusuitscheiding neemt toe. Op het hoogtepunt van de blaarvorming verdwijnt het virus weer uit het bloed. De infectie verspreidt zich langzaam door een koppel schapen en is daar na 3-6 weken voltooid.
Bij runderen en varkens verloopt de spreiding in de regel sneller.
Een uitbraak van mond- en klauwzeer veroorzaakt enorme schade, bestaande uit onder andere de volgende componenten:
• Veel zieke dieren per bedrijf: een gedeelte van de overlevende dieren herstelt niet volledig bijvoorbeeld als gevolg van opgetreden gewrichtsontsteking en mastitis;
• De sterfte bij volwassen dieren valt nog wel mee en komt meestal niet boven 10% van de dieren. De sterfte onder jonge kalveren, lammeren en biggen kan veel hoger zijn dan bij de oudere dieren.
Symptomen
Een mond- en klauwzeerinfectie bij runderen blijft niet onopgemerkt. De koeien zijn algemeen ziek, hebben hoge koorts en geven plotseling veel minder melk. Na een paar dagen vallen vooral verschijnselen aan mond en klauwen op, hoewel ook op andere plaatsen afwijkingen kunnen voorkomen. Door de aantasting van het mondslijmvlies stoppen de dieren met eten. Ze maken wel kauwbewegingen en speekselen. Er ontwikkelen zich blaren, vooral op de tongpunt en -rug, de tandeloze rand en de lippen. Soms vormen zich kleine blaren op de neusspiegel en in de neusgaten.
De aantasting van de klauwen uit zich voornamelijk in kreupelheid. Eerst zijn de dieren wat stijf, later belasten ze een been minder of staan ze te trippelen en lopen kreupel. De blaarvorming kan meer of minder uitgebreid zijn. Bij uitgebreide blaarvorming kan uiteindelijk ook ontschoening optreden.
Eveneens op andere plaatsen kunnen blaren ontstaan. Bekende voorbeelden daarvan zijn de hoornbasis, de tepels en de uier.
Kreupelheid is het meest op de voorgrond tredende symptoom.
Bij schapen en geiten zijn de symptomen vaak onduidelijk en worden ze niet altijd opgemerkt.
De dieren hebben een paar dagen 42-43°C koorts en een slechte eetlust. Enkele dagen na het begin van de koorts ontstaan blaren van 1-15 mm in de mond (tandeloze rand, tong en lippen)en aan de klauwen. De blaren in de mondholte zijn dunwandig en ruptureren snel. Het schaap speekselt, in tegenstelling tot het rund, niet of nauwelijks. De blaren aan de kroonrand zijn drukgevoelig maar onder de beharing moeilijk te zien. Later kunnen gewrichtsontsteking en mastitis optreden.
Jonge kalveren en lammeren kunnen erg ziek worden (algemene zwakte, koorts, niet meer willen drinken en een groot aantal sterft binnen korte tijd als gevolg van hartspierbeschadiging (myocarditis en hartspierdegeneratie).
Sectiebeeld
Kleine en grotere, ronde of langgerekte, verheven blaasjes komen voornamelijk voor aan de klauwen en in de mondholte. De blaasjes kunnen ook voorkomen aan de binnenkant van de dijen, uier, voorhuid en vulva. Ze hebben een heldere, gelige of geelachtig-rode inhoud. Na het opengaan van de blaren blijft een gekartelde rode plek over die makkelijk bloedt en in korte tijd door een slijmerig-etterig beslag wordt bedekt. Een enkele keer wordt ontschoening gezien.
Blaren kunnen secundair worden geinfecteerd, Er ontstaan korsten, wonden en zweren.
Vooral bij pasgeboren en jonge kalveren en lammeren vindt aantasting van de hartspier plaats.
Soms worden met het blote oog geen veranderingen waargenomen, in andere gevallen zijn kleine dofgrijze plekjes te zien. Als de veranderingen erg duidelijk en uitgebreid zijn, wordt gesproken van een tijgerhart. Dergelijke veranderingen treden zeer sporadisch op in de skeletspieren.
Plotseling optredende ziekteverschijnselen bij meer dieren op een bedrijf gepaard gaande met afwijkingen aan vooral mond en klauwen (en eventueel uier en tepels) wijzen op mond- en klauwzeer. In een vroeg stadium van de infectie hoeft nog geen sprake te zijn van blaarvorming.
De lichaamsdelen waar later blaarvorming optreedt, kunnen dan al wel drukgevoelig zijn.
Bij plotselinge kreupelheid bij verscheidene schapen van een koppel en sterfte onder de lammeren moet aan mond- en klauwzeer worden gedacht. Verder is laboratoriumonderzoek van blaar materiaal nodig voor het aantonen en typeren van het virus.
Vergelijkbare ziektebeelden
Bij het rund kunnen enkele met ontstekingsverschijnselen in de mondholte gepaard gaande aandoeningen {onder meer stomatitis papulosa en vesiculaire stomatitis) op mond- en klauwzeer lijken. Dat is ook het geval met bovine virus diarree(BVD). Daarnaast kunnen verschillende pokkeninfecties van uier en tepels (cowpox, pseudo-cowpox en herpes mammillitis) soms aan mond- en klauwzeer doen denken.
Bij schapen en geiten kunnen ecthyma, pokken, rotkreupel, andere oorzaken van kreupelheid en beschadigingen door etsende (bijtende) stoffen op mond- en klauwzeer lijken.
Dieren met mond- en klauwzeer mogen niet worden behandeld. In geval van mond- en klauwzeer bij herkauwende dieren en bij varkens moeten de wettelijke bepalingen (artikel 15 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren) worden nageleefd.
Permanent Veterinair Commité
De Commissie (met negentien commissarissen) vormt eigenlijk het dagelijks bestuur van de EU dat zich bezighoudt met beheer en regelgeving. Voor de Commissie zijn ruim 15.000 ambtenaren werkzaam.
Op veterinairgebied is de Commissie verplicht het PVC te consulteren voordat besluiten worden genomen. Dit commité bestaat uit ambtelijke deskundigen uit de lidstaten en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. De besluiten worden via een gekwalificeerde meerderheid vastgesteld.
Het werk (en de macht) van het PVC heeft zich in de loop der jaren uitgebreid. Aanvankelijk beperkte de taak zich tot het beslechten van meningsverschillen en optreden bij ziekte-uitbraken.
Het PVC houdt zich nu ook bezig met onder andere allerlei detailregelingen, controles en inspecties.
Het PVC laat zich terzijde staan door wetenschappelijke commissies die op deelgebieden adviseren. Hier ligt de mogelijkheid voor beïnvloeding in een vroeg stadium.
Conclusie: het PVC regelt in toenemende mate de aanpak van ernstig besmettelijke ziekten.
Gevolgen voor ons land
De Europese Unie zal steeds meer het beleid van de diergezondheidszorg bepalen. We kunnen daarbij vier hoofd invloeden onderscheiden.
Ten eerste: het harmonisatie beleid is erop gericht in elk land een (hoge) gezondheidsstatus van de dieren te bereiken. Daardoor ontstaat een domino-effect: op het moment dat in een land een diersoort vrij van een bepaalde ziekte is, zullen ook andere landen met de bestrijding beginnen.
Bij de runderziekte IBR is een dergelijke beweging al aan de gang.
De tweede: de invloed van de EU is het non-vaccinatiebeleid bij uitbraken van ernstig besmettelijke ziekten zoals mond- en klauwzeer en varkenspest. Deze bestrijdingsstrategie berust op een absolute stilstand van alle dierbewegingen en het diervrij maken van besmette gebieden, dus ruimen en afslachten van alle dieren. Deze aanpak zal in ons dichtbedierde land bij een uitbraak zeer veel opschudding geven vanwege het dierwelzijn en de enorme financiele schade.
Ten derde is de ziektegrens (door het vervallen van de grenscontrole bij handel binnen de Europese Unie ) om het eigen bedrijf komen te liggen. Het is zorgelijk dat de gezondheidsstatus van ons vee afhangt van de controle aan de buitengrenzen van de Unie. Door het einde van de 'koude oorlog' is handel bijna per definitie wereldhandel geworden. Daardoor neemt de kans op het binnenhalen van infectieziekten alleen maar toe. Laat het verleden hierbij een goede les Zijn!
En ten slotte komt er een stortvloed van regels uit de Brusselse hoofdkantoren. De identificatie en registratie van alle landbouwhuisdieren is hiervan een uitvloeisel. Met het toetreden van nieuwe landen komen er ook weer nieuwe veterinaire wensen en inzichten. De toetreding van de Scandinavische landen zal het niveau van de diergezondheid overigens verhogen.
Bij dierziektebestrijding is preventie het belangrijkste wapen. Immers, dweilen zolang de kraan nog open staat kost veel geld en inspanning. Het bedrijf van de toekomst zal dan ook een (deels)gesloten bedrijfsvoering moeten hebben om de insleep van besmettelijke ziekten te voorkomen. 0m de verdere verspreiding van ziekten te voorkomen, zal meer en meer gebruik worden gemaakt van garantiesystemen, bijvoorbeeld van certificering. Door een ver doorgevoerde ketenaansprakelijkheid kan de afwezigheid van ziekten en residuen van boer tot consument worden gegarandeerd.
Bron: drs. P. Vellema
Eventuele site : www.veeteelt.cr-delta.nl
Sieb Kerkstra
April 2001
Men dient zijn portie op te eten.
Als het Endemol en de zijnen gelukt de kijkcijfers te verhogen door de lekkerste gerechten klaar te maken in een boven modale keuken, dan vraag ik mij af kan dat ook zijn uitwerking hebben op deze “site”?
De kracht van de formule kan liggen aan: de kok, het materiaal, het gerecht, u zegt het maar.
Nu zou het misschien het mooist zijn en laat enkele gerechten in elkaar flansen door een meesterkok zoals de meest innemende kokkereller Cas Spijkers, bekent van “Koken met Sterren” of die druktemaker op zondagavond, kameleon Rudolf in het “Life and Cooking”, of misschien nog liever de alles tot bubbels toewensende garagehouder Joop Braakhekke die het meeste inneemt.
Ga heen en zet het geheel op een digitaal kiekje en met knippen en plakken vanaf de “A-drive” direct op deze “site”.
Nu zijn er vast pagina's te vinden waarbij het water je in de mond loopt.
De prak welke ik bij deze zou willen aanbevelen is voor dit soort van media minder geschikt.
Voor diegenen die bij het lezen van het volgende al last krijgen van het maagzuur, is er op internet vast de pagina www.rennie.com te vinden.
Een aantal uitdrukkingen om je alvast op te warmen zijn alleen te vinden op de Friese pagina.
Dus, spruitjes
Nodig voor 4 personen
Zoals gewend:
Aardappelen
Spruitjes
Zout en peper en paprikapoeder
Anderhalf ons gehakt
Een ons salami
Een ons ontbijtspek
Een teentje knoflook(allium sativum)
Enkele plakjes kaas
Je kookt de aardappelen en spruitjes gaar. ( niet in dezelfde pan ) Gebruik niet te veel zout, het spek geeft ook zout af.
De spruitjes beslist niet te lang koken, ze kunnen daardoor zwaar op de maag liggen en worden bovendien scherp van smaak.
Dan kun je gaan prakken. Voeg een half kopje warme melk, een stukje margarine en wat peper toe.
De knoflook fijn snijden en in een beetje olie/margarine net even aanzetten.
De salami en het ontbijtspek fijnsnijden in stukjes van een vierkante centimeter en met het rulle gehakt in de bakpan al roerend bij de knoflook.
Het kan daarna door de geprakte aardappels en spruitjes geschept worden.
De hele handel in de bakpan of ovenschaal en met een lepel de bovenkant glad strijken, de plakjes kaas er bovenop met wat paprikapoeder.
Het deksel kan nu op de pan en het gasstel op zacht. ( ovenschaal in de oven op 180ºC)
Als de kaas gesmolten is kan er gegeten worden.
Denkt u dat uw galblaas het zal begeven??
Zorg in ieder geval dat u niet te veel eet.
Om het maagzuur in te dammen is hete gortenpap(met stroop) een aanrader als nagerecht.
Super gezond eten... spruitjes
Tjokvol vitamine C( voorkomen van scheurbuik) en B-11 of ook wel foliumzuur genoemd.
Er zijn aanwijzingen dat dit laatste beschermend werkt tegen hartkwalen.
Bij een te kort aan B-11: bloedarmoede, algehele zwakte, aangeboren afwijkingen, spontane abortus.
B-11 werkt tezamen met B-12 ook goed voor rode bloedcellen en het zenuwstelsel.
Een tekort hiervan kan geheugenproblemen veroorzaken.
Hoe zo” ik lust geen spruitjes”en “van gortenpap begin ik te kokhalzen”....... eten!
Maart 2001
Er glad af.
....................................
Februari 2001
Het wordt spannend
Een ieder is destijds in de gelegenheid gesteld te reageren op de “Structuurvisie Wergea”zoals B&W fan de gemeente Boarnsterhim die naar voren bracht in een rapport met advies van bedrijf Bügel-Hajema.
Onderstaande brief was alleen te lezen door mensen die destijds een reactie hadden op die plannen aangaande de ontwikkeling van Wergea op het gebied van de “toekomstige” woonfunctie, de bedrijventerreinen, en de toeristisch-recreatieve mogelijkheden. Dit was één van de achttien reacties uit eigen dorp.
Wergea, 28 september 1995.
Burgemeester en Wethouders van gemeente Boarnsterhim.
Betreft “Structuurvisie Wergea”
Geacht college,
De aanleiding van dit schrijven was de informatieavond over de vaarrouteplannen die gepresenteerd zijn op 30 augustus in Café “Lands Welvaren” te Wergea.
Was de tijd om het verslag Bügel-Hajema van tevoren door te nemen veel te kort, de uitleg van dhr. Van der Wiel en de tijd erna hebben bij ons alleen maar meer vragen opgeroepen.
Plannen maken is niet eenvoudig. Zo moet je bijvoorbeeld rekening houden met toekomstverwachtingen, gebruikers van land, recreatie, economische belangen, milieu, vogels, andere bijna uitgestorven dieren en…..oh ja, niet te vergeten de mensen die hier wonen, werken, leven (er zijn er zoveel van, zo gewoon. Je zou bijna vergeten dat deze soort de tegenwoordige bestuurders van de Gemeenten, de Provincie, ja zelfs van Nederland hebben gekozen).
Toch moet het kunnen, financieel gezien, helder en goed onderbouwd.
Wat en waar wil de provincie nu, landbouw, meren, moeras, bossen, vaarroutes, industrie, woningbouw, wegen enz.
Wat gaat het kosten? Wat smijt het op en voor wie? Er wordt over Eu gelden gesproken of zouden ze het in Brussel drukken. Natuurlijk moet je als ondernemer(provincie) gebruik maken van de kansen.
De plannen uitvoeren is een eerste stap, maar er moet later ook onderhoud gepleegd worden. Wie zal dat betalen?
Moet het PM kanaal minder belast worden tussen Grou en Warten in verband met de komst van de “duwbakken”? En hoe zit het dan voor Warten en na Grou en bij Grou zelf met een haven aan het kanaal? En is de frequentie van de beroepsvaart over het kanaal dan nog even hoog? Moeten er in de toekomst drie keer zoveel producten visa versa? Ook als de Betuwelijn er komt? Is de pleziervaart de grootste lastpost in het weekeinde? En hoe zit het dan met de vaarbewegingen van de beroepsvaart? Wordt de nieuwe vaarroute op een zelfde manier bevaren zoals de grote plezierjachten dat nu doen op het kanaal?
Van der Wiel kwam nogal overtuigend over op deze avond wat zijn kennis betrof aangaande vaargedrag, dus op deze vragen zal zeker een antwoordt te geven zijn.
De zeiljachten willen naar grote en diepe wateren. Wil men van de Wadden richting Lemmer; op de zeilen en bij Kornwerderzand door de sluis zou je denken. Leeuwarden alleen al telt vier bruggen.
De “Bruine vloot” zou bij slecht weer nogal gebruik maken van de nieuwe route. De meeste van deze schepen staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, zij zullen eten en drinken inslaan bij de groothandel. Ook hier trek je als plaatselijke middenstand weinig profijt.
Landbouw is zowel economisch als wat de werkgelegenheid betreft belangrijk. Er moet genoeg land blijven bij de boeren om op verantwoorde wijze de mineralenbalans in evenwicht te houden.
Recreatie en woningbouw leveren ook geld op. Met andere woorden JA, een recreatieve vaarroute tussen Akkrum en Leeuwarden, als Wergea net zoiets als Wâldsein wordt zoals de heer Van der Wiel het kenschetste. Wergea net zoals Wâldsein tussen twee meren, de Himpensermeer en de Grote meer. (Wergeastermeer)
Alhoewel… Wat jammer nou dat de voorzitter van Staatsbosbeheer ons liet weten dat er van het onderwater zetten van de Himpensermeer geen sprake is. ( Zijn vogeltjes kunnen niet zwemmen)
Het vol laten lopen van de Wergeastermeer is geen punt, alhoewel dit goede landbouwgrond is. De FLTO geeft aan dat er genoeg ruimte is in Friesland. Men zou zelfs bedrijven met melkquotum uit het zuiden willen halen, dus het zou vreemd zijn dat er voor een vijftal bedrijven die in de Wergeastermeer grond gebruiken geen compensatie land te vinden zou zijn. De bestaande landbouwgrond in Gaasterland, moet bij de boeren blijven zo was ook hun wens aan het adres van de minister van landbouw, de heer Van Aartsen op 15 september j.l.
Je moet niet alles willen of niet dan.
Het wordt dus “Wergea oan de Mar”. Hoogwaardig wonen aan het meer, dure bouwkavels dus. En zie daar “om de west” is de basis voor een economisch uitgangspunt. Vergroten van de jachthaven, zeilbotenverhuur, kampeer accommodaties enz., uitbreiding van de middenstand, geld verdienen.
En wat zal Wurdum blij zijn met dit plan. Ze willen een oude vaarweg voor kleinere bootjes herstellen van Goutum-noord, langs Wurdum, richting Grou. Combineer deze ideeën. Laat Wurdum mee profiteren van die pot Eu-gelden. En wat te denken van die “staandemasten” waar van der Wiel mee in zijn maag zit. Zo'n meer trekt echt wel. Maar ook voor de Grousters is dit een uitkomst. In plaats van wat om dobberen op het lullige pikmeer, kunnen ze hun sportiviteit nu naar hartelust kwijt op het ruime sop van het Wergeastermeer.
Boarnsterhim for ever, it 's now or never.
Maar als Wergea nu niet het Wâldsein van Boarnsterhim wordt?
Men wil om Wergea heen, dat mist niet. Maar willen de Wergeasters dat ook? Dat mist ook niet.
Welke route men ook kiest, er blijven voor- en tegenstanders.
Wat mooi (voor de planologen) dat men elkaar nu al met argumenten begint te bestoken, dan hoeft de commissie “structuurvisie Wergea” dat niet meer te doen.
Wordt de route gekozen nadat men precies weet waar woningen gebouwd worden, of is het anders om. Dan kunnen sociaal-economische argumenten, verkeersveiligheid, financiële en milieu aspecten de doorslag nog wel eens geven.
Gaat men bouwen aan de “zuidoost kant” dan moet opgemerkt worden dat men niet te dicht in de buurt komt van de agrarische bedrijven. De situatie zoals die er nu ligt (zo'n 100 meter) is in verband met de geluidsoverlast (bulkauto's, trekkerverkeer, melktankauto's dag en nacht) minimaal. Het bespaard veel gezeur.
De overgang van het dorp naar de natuur kan nu egaler verlopen.
Ook zouden er nogal wat meer rij bewegingen komen om maar in Van der Wiel zijn termen te denken. Zijn bewering dat er op een brede rustige weg te hard gereden word zal waar zijn, maar de kans op een ongeluk is een stuk groten op een smalle drukke weg. ( ook al is de rijsnelheid 30 km/uur)
Verdeling van de woningen rond het centrum van het dorp wordt beter bij een westelijke variant, de hoger liggende grond maken wonen aan het water ook voor de bestaande bewoners aantrekkelijker. Maar welke route je ook kiest, het moet voor de bestaande bewoners ook aantrekkelijk worden/blijven. Je kunt niet alleen voor een groep nieuwe bewoners hoogwaardig wonen creëren.
Dat geldt ook voor de bewoners met name de kinderen van Domwier en Narderbuorren, die moeten een zo kort mogelijke verbinding houden met Wergea in verband met de bereikbaarheid en de veiligheid. Een brug zal daarom noodzakelijk zijn in een route om “de oost”.
Sieb Kerkstra
Januari 2001
Duurzaamheid
Hij komt de keuken in. Zijn neus is rood van de kou.
Het is een niet al te grote magere man.
Terwijl hij de jas uit doet werpt hij een blik in de kamer. Waar is iedereen? , vraagt hij.
Zijn magere brede sterk geaderde vingers sluipen in de jaszak. Er komt een zakje met vier pepermuntjes uit. De kinderen moeten ze zelf maar verdelen. Op dat moment legt hij het zakje snoepgoed op de tafel.
Dan loopt hij naar het raam. Het had iets gevroren, het land is wit. In de verte achter het nevelige veld, zie je een paar boerderijen als een soort silhouet aan de horizon staan.
In elk geval heeft hij er met zijn familie jaren geboerd onder veel eenvoudiger omstandigheden dan wat men vandaag de dag gewend is.
Gezond weer opa, begin ik tegen hem. Het zou mooi zijn als het wat door zet. Twee weken lang de kinderen om je heen. Ik moet er niet aan denken.
Zijn wrakke knieën brengen hem naar zijn vaste zitplaats aan de tafel. De stilte wordt vrij snel onderbroken. Opa is een pracht verteller. De verhalen gaan over vroeger.
De invalshoek wordt vaak bepaald door een één of ander stukje in het landbouwblad of de krant welke hij zaterdagsmorgens brengt.
Deze keer moet het waterschap het ontgelden. En terecht. Mar over wie moeten we het nu hebben?
Everhardes Togtema, de grote waterschappen baas? De besturen van de onderliggende waterschappen??
Ik zou het niet weten.
Maar een paar zaken wil ik er wel even uithalen.
De verkiezingen. Groter geld verslindende organisaties dan de politiekemachtsorde kunt u niet bedenken. Bij de gemeenten kunnen ze er wat mee wat rekenen aangaat.
Nu en dan zijn wij met Boarnsterhim verwend.
Maar ook de waterschappen verslinden geld als water. Logisch. Zij komen met mensen ten tonele uit het politieke circuit en dat zegt genoeg.
Spijkerhard, stress bestendig. In elk geval zonder blikken en blozen een besluit kunnen nemen ook al haal je daarmee de rand van het faillissement. En dan de burger in rekening voor houden waar het haar recht van overeind gaat staan.
Nu moet je als “ingezetene” niet zeuren, die mensen zijn door jezelf gekozen op een democratische wijze. Ja natuurlijk, hoe kon ik dat ook vergeten.
Iedere keer als ik naar het stemhokje ga dan doe ik dat als een soort plichtsgevoel ingegeven met de paplepel. Voor de gemeente kies je niet altijd dezelfde als de landelijke partij. Nee wie kan voor het dicht -bij –huis probleem de stok het beste uit het vuur halen.
Wat het Waterschap aangaat;
Een rijtje namen in de krant zegt mij niets. Maar ook met wat voor inzet men aan het karwei wil beginnen wordt niet met een woord besproken en kan mij dus niet tot doordacht besluit brengen. Dus wiens belang wil je na streven, bijvoorbeeld als antwoord op mijn vragen;
Moet de burger mee betalen aan de landinrichtingen verstrengelingen met het waterschap en hoe zit dat dan met de ruilverkavelingprojecten?
Bepalen de “ingelanden “ hoe de sloten bemaald moeten worden en wie betaald de schade welke ontstaat aan huis en weg door het inklinken van de bodem?
Zwaaien de natuurorganisaties de scepter wat het peil aangaat? en hoe komen zij aan geld?
Waarom moet iemand die thuis de zaken voor elkaar heeft meer betalen aan waterschapslasten dan iemand die anders niks dan grote dure auto's rijd, op vakantie gaat naar het buitenland en minstens twee avonden per week zijn geld verzuipt in het café, terwijl het inkomen gelijk is.
En als de dijken het begeven is de schade dan te verhalen bij het waterschap?
Waarom kunnen de lasten niet worden omgeslagen op de vierkante meter en de inwoner?
“Wy hawwe ús hiele libben meale moaten, oars wie it lân net op' e tiid droech om de kij der yn te dwaan. En wiet lân is letter seit de âld baas en nimt noch in teuch út syn kopke hite kofje.
Pittich bakje. Wy hiene meastentiids pruttelkofje. Hearlik rûkend op it stel en dat smûke lûd fan de protteljende kanne en it nimt net sa folle kofje. Jo kinne der langer mei ta. Mar je begongen gau oan de lette kant, it ferrifele jin altiten.”
Maar waarom is er 6000 ha nodig voor tijdelijke opvang van regenwater zeg maar de buffer?
Nu heeft Tochtema gelijk als het gaat om het laten versloeren van de oevers. Wij varen geregeld door Friesland. Het geeft een angstig beklemmend gevoel als je ziet dat sommige dijken al voor de helft weggeslagen zijn. Vorst maar ook de muskusrat en niet te vergeten het veel te snelle varen van de grote schepen zijn de grootste belagers.
In de meest nijpende situaties dumpt men wat puin of een vracht basalt tegen de kant.
Er zijn dus twee zaken:
1 wateroverlast
2 de superslechte oevers en dijken
Een antwoord op 1 zou kunnen zijn: begin eerder te malen en als de bestaande gemalen het niet aankunnen, bouw dan betere gemalen in plaats van betere en mooiere kantoren.
Het antwoord op 2 is net even ingewikkelder. Immers moeten de onderliggende Waterschappen dat regelen of moet Waterschap Fryslân de mouwen op stropen. De sfeer was in de krant te lezen.
Maar een fusie ligt voor de hand.
Stuur mooi wat van die vals vleierige lulhannesen de laan uit. Het zijn meestal mensen die van twee wallen vreten en de honger naar macht willen bevredigen.
Wat mij betreft schaffen ze de verkiezingen meteen af.
In de afgelopen jaren zijn de lasten nogal omhoog gegaan, wat hebben ze er me gedaan zou je zeggen?
Fuseren doe je in elk geval om de efficiëntie te vergroten op het gebied van materiële en personele zaken.
De nieuwe onroerend goed taxaties, gaat er in als soep bij de gemeenten en waterschappen.
“Mei evenredigheid hâldst it lang út. Wy learden dat al rille gau en dat moast ek wol fansels want je binne tefolle fan jin neisten, de buorlju en de natoer ôfhinklik.”
“Noch in bakje?”
“No dat moat mar net, ik leau ik sil de fyts mar efkes thús bringe.”
Ik sta weer met beide droge benen op de grond.
December 2000
Redenering
Het was eigenlijk niet mijn eigen behoefte om een column vol te schrijven. Want waar wil je het in vredesnaam over hebben. Er zijn kranten bij de vleet en naast de radio en de televisie word je 's avonds door hele aardige jonge dames c.q heren geïnformeerd over verzekeringen, de oudedagvoorzieningen, fiscale voordeeltjes enz. Deze laatste manier van werken is zeer rechtstreeks. Sommige mensen vinden het maar niks.
Op een keer heb ik mijzelf er toe gedwongen om ook maar eens een directe vraag terug te stellen. Nieuwsgierig ! Zonder ook maar enigszins een kwade gedachte paste ik gewoon iets toe wat mij ook een keer werd gevraagd. Of zij wel eens kleren besteld had uit de "Otto", de "Wehkamp"of de "Termeulen Post" en natuurlijk waarom niet.
Nu is het zo dat de "goedkoopte" het eerst bij sommige mensen op komt, aangaande producten uit postordergidsen. Maar wat te denken van de uniformiteit. Zo'n 60 % van de Nederlandse huishoudens krijgen deze gidsen. De kans iemand, onder welke omstandigheden dan ook, tegen te komen in een identieke jas, broek of mantelpakje, moet voor iemand die een ander tot op het hemd wil adviseren, te min zijn.
Je kon aan alles wel voelen, dat ze er weinig mee op had. Zij was immers aan het woord, haar verhaal ging immers over de overwaarde van ons huis, zij was van mening dat wij dat misschien beter konden benutten. Haar zorg was er voor onze toekomst. Nou en waar zie je dat vandaag de dag nog. Hoe kun je zoiets zomaar in de wind slaan.
Om de zaak wat te sussen zei ik dat het financiële voordeel mij wel aansprak en dat het beslist niet de bedoeling was haar de gek aan te steken.
De hoge kosten en de frequentie van het openbaar vervoer, de tijd die je nodig bent om in het centrum van de stad te komen, de schaarse parkeerplaatsen, zo ging mijn redenering verder.
Het Simmer2000 gebeuren. De over de gehele wereld verspreide oud Friezen maar ook de Friezen zelf werden uitgenodigd. Er was in dit kader veel te beleven. Leeuwarden was zelfs een stukje van het parcours van de “Wielerronde van Nederland”.
Ik heb me er over verwonderd toen iemand van de organisatie zei dat "Leeuwarden"niet moeilijk deed bij het aanvragen van vergunningen om een deel van de openbare weg te gebruiken. De verbazing zal bij die zelfde bestuurders het grootst zijn geweest toen zij er achter kwamen dat men toch nog een weg gevonden had om af te zetten.
Maar ook de benzine prijzen, om nog maar te zwijgen over hoe laat je met "kapotte" voeten uiteindelijk thuis komt, moest mij er bij helpen dat het aan de deur bezorgde... ook wel wat heeft.
En de kosten??? Ik rekende voor..
's Morgens met de bus van 9 uur, na wat klimmen en springen heb je trek in een kopje koffie. Na de eerste aankopen mangel je jezelf niet meer bij het bestellen van een overmaatse koek of een warme.... een tweede kopje gaat er ook nog wel in.
Na de nodige roltrappen, draaideuren en luchttunnels kom je er achter, dat als je naar huis toe gaat, het theetijd is voordat je wat in de maag hebt.
Het thuisfront kan zichzelf met gemak bedienen, er staat nog een kliekje van eergisteren in de koelkast. Er eerst nog wat tegenaan hikken, maar dan ineens richting een plate'je. Zo vaak kom je toch ook niet in de stad (plus een ijsco na).
Omdat je eigenlijk niet meer zo aan de tijd gebonden bent, kun je wel even om je heen kijken. Het oog valt op wat prulletjes. Onder het motto; ach wat kan het ook schelen, we kunnen het geld later toch niet meenemen, gaat het mee in de tas richting de bus.
Bij thuiskomst is het laatste been nog maar net door de deur, of er staat al weer iemand met de vraag: wat eten we vandaag????(een beetje kribbig).
Iemand had opgebeld, of er even tijd was, enquête van een krant. Zo'n enthousiaste man kun je niet afschepen, en dus ......was het kliekje aangebrand.
En omdat je de sfeer niet meer wild verpesten, schil je de piepers enz.
Ik vroeg haar of het ook wat hinderde dat ik haar zo lang aan de praat hield.
Het was uiteindelijk een doordeweekse dag, de kinderen moeten ook een keer naar bed.
November 2000