20050824, Poldersjouw: sjouwend en genietend in de polder
    Archief
        Archief 2005
            Archief augustus 2005

WERGEA - Slenteren door de polder en terloops van een schat aan informatie voorzien worden door twee gidsen, pic­knicken in het gras bij een molen, dit bouwwerk samen met de molenaar uitgebreid bekijken en tot slot in een schouw terugvaren naar het startpunt van de wandeltocht: ziehier de ingrediënten van de poldersjouw vanaf mu­seum Ald Slot in Wergea door de 80 hectare grote Hempensermeerpolder ten noorden van het dorp.

Door: Christine Marinussen

Vrijdagmiddag   ging   ik   sa­men met nog vijftien deelne­mers op pad met de gepassio­neerd   over   de   natuur   pra­tende Jacob Bijlsma, gids van Staatsbosbeheer  (SBB) en al even enthousiast over de ge­schiedenis historie van de pol­der  vertellende  Sjoerd  Spykstra,  geboren en getogen  in Wergea.

Vanaf de Ald Slotwei, over de oude slotgracht ging het via de Leeuwarderweg richting pol­der. Ter hoogte van de uit 1500 daterende Himpensereed staat gids Sjoerd Spykstra er even bij stil dat het er hier over een paar jaar heel anders uit zal zien. Er wordt 35 meter kanaal gegraven voor de staande mastroute voor de pleziervaart van Leeuwarden naar Grou die in 2008 klaar moet zijn.


Vijftien deelnemers gingen vrijdagmiddag mee met de poldersjouw. (Foto: Pier van der Heide).

Jacob Bijlsma wijst op de welig in de berm tierende brandne­tels. Dit duidt erop dat de bo­dem voedselrijk is. De plant is weliswaar bloedzuiverend, maar de prik ervan is verve­lend. Het mooie van de natuur is dat met het sap van de hondsdraf (tongerblomke) deze pijn verdwijnt. Hondsdraf werkt   overigens ook uitstekend bij insectenbeten.

De brandnetel is een zoge­naamde waardplant (gastheer). Vlinders deponeren hun eitjes erop. De rupsen van bijvoor­beeld de dagpauwoog en de kleine vos vreten de bladeren van de brandnetel op. Zo is boe­renkool bij voorbeeld een waardplant voor het koolwitje.

Behalve Engels raaigras groeit hier bijvoorbeeld ook timotheegras. Terloops wijst Bijlsma op boerenzwaluwen, die bij hoge druk en, dus, mooi weer hoog vliegen, en laag bij lage druk en slecht weer.

Hij wijst op de beschermde zwanebloem aan de slootkant. Indianen noemden de weegbree in de berm 'de voetsporen van de blanken'; zij brachten op hun kleding achtergebleven zaad van dit gewas ongemerkt mee naar Amerika. Waar weegbree groeit is een blanke ge­weest zijn.

Een andere bermplant, het Jezuskruid dankt zijn naam aan de "bloedvlekken' op de blade­ren. Terwijl hij vertelt ontgaat een bruine kiekendief even verderop in de lucht Bijlsma niet.

Op een speerdistel zitten en­kele dagpauwogen. Voor deze vlinders is dit een nectarplant. Na deze tocht kan elke deelne­mer rietgras van riet onder­scheiden. Als je het blad bij de stengel terugvouwt is er een 'tongetje' (rietgras) of zijn er 'haren' (riet) zichtbaar. Bijlsma wijst op de gele plomp en de gele waterkers in het water, en op bitterzoet (zoethout), kalmoes, pijlkruid (met pijlvormig blad), engelwortel en oever-, zegge (met driekantige sten­gel).

Wandelend over het oude verbindingspad langs de Wergeasterfeart vertelt Sjoerd Spykstra dat de polder ligt in een in 1785 drooggemalen meer. De grond werd destijds verdeeld in gelijke stukken grond van zes pondemaat, circa twee hectare. Er werden drie terpen aangelegd waarop even zoveel boerderij werden gebouwd. Onder de anderhalf tot twee meter dikke veenlaag ligt circa drie meter slappe klei.

De polder is in 1980 gekocht door Staatsbosbeheer en is nu vogelweidegebied. In het voor­jaar is het een vogelbroedreservaat. Twee van de drie boerde­rijen werden afgebroken; in de andere is restaurant 'De Waldwei' gevestigd. Aan de noord­zijde van de polder ligt de ge­lijknamige snelweg. Boeren pachten het land van SBB. In de weilanden graast zwartbont vee. Volgens Bijlsma is de polder zeer bloem- en kruidenrijk. Aan het voorko­men van bepaalde planten, zo­als de lidsteng en moeraszoutgras is te zien dat er zout in de poldergrond zit. Spiekstra geeft aan dat Hempensemeer een verbastering is van de oorspronkelijke naam Hemsemeer. Die is afgeleid van het woord hem, een hoog stuk land met een normale afwate­ring. De naam van deze polder heeft derhalve niets met het dorp Hempens te maken. De in 1989 gerestaureerde Hempenserpoldermolen uit 1863 is eigendom van de molenstichting Boarnsterhim. Molenaars Lolke van der Meer uit Wergea en Tjitte Talsma uit Wirdum geven tekst en uitleg. Hoewel uitgerust met een elek­tromotor draait de molen ten tijde van ons bezoek onbelast. Hoe hard of snel een molen draait wordt uitgedrukt in het aantal 'enden'. Op dat moment maakt hij circa twintig enden. Als hij op volle toeren draait zijn dat er 80 en pompt de mo­len per minuut 2 kuub water weg, 180 liter water per om­wenteling.

In het door SBB gegraven poeltje vlak bij de molen nemen veel grutto's, kemphanen en onlangs zelfs een lepelaar op hun trektocht een verfrissend badje.

Na het goede te hebben geno­ten (de door Anneke Pothof voor de picknick gebakken dundee-cake, bitterkoekjes amandel, komkommersandwich en gingernut) brengt schipper Klaas de Jong ons in een schouw of ouderwetse melkboot via de Wergeasterfeart terug naar het dorp.

Zaterdag 3 september is er van 10.00 tot 13.00 uur weer een poldersjouw. Info en aanmel­den: 058 255 3152.

(bron: Mid Frieslander dinsdag 2 augustus 2005 wmm)