Ze droeg geeneens een bloemetjesjurk, ze hulde zich in baggy broeken. Toch kleefde er een 'lieve meisjes-imago' aan Mirjam Timmer. Raar eigenlijk, vindt ze. „Ik ben stoerder dan de mensen denken." Twee jaar na Twarres brengt ze haar eerste single uit. Mir heet ze nu. En Mir gaat solo.
Mirjam Timmer: „Een platenmaatschappij heeft meerdere belangen, ik heb maar één prioriteit dat ben ik." Foto Ton Kastermans
Net een spons
Mir (23) zit in de kelder van het voormalige Avro-gebouw in Hilversum. De bovenste verdiepingen staan leeg, daar hakken en timmeren bouwvakkers, onderin mixt een technicus de nummers voor haar solo-cd, die in maart uitkomt. Nog even en dan laat ze hem alleen. Dan mag hij in zijn eentje met haar nummers aan de slag. „Best eng", vindt Mir, die haar cd zelf produceert. „Maar het is goed om afstand te nemen. Al is het maar vier dagen. En als het me daarna niet bevalt, dan doen we het gewoon weer anders."
Na Twarres wilde Mirjam solo. Nu twee jaar later, is het zover. Haar cd is bijna klaar, en haar eerste single Face tot face kwam op nummer 96 binnen in de single Top Honderd. Droog: „Nederland is niet groot genoeg om zes keer een cd uit te brengen. Dat kan gewoon niet. Het is nu of nooit." Echt? Mir pakt een sigaret: „Ik weet het niet. Soms zeg ik zulke dingen ook om te horen hoe het klinkt."
Ja jemig. Ze vindt haar single gewoon goed. En ze heeft vertrouwen in haar carrière. Ze gaat het maken. „Je komt er niet als je niet van jezelf overtuigd bent. Ik kan moeilijk aankloppen bij mensen en zeggen: Hoi, ik ben Mir en dit is mijn cd, maar ik weet zelf ook niet of hij eigenlijk wel leuk is."
Tatoeage Het wordt spannend, straks. Maar het is ook heerlijk. Ze geniet. Ze is terug. Opgetogen: „Ik heb net een tatoeage gezet. Op de dag van het eerste Ahoy-concert, met de Vrienden van Amstel Live." Mir ontbloot haar schouders. Daar, onder haar halslijn, kijken twee ogen de wereld in. Twee open ogen, met volle wimpers.
Ze liet het „net voor de repetities" doen, door ene Nico in Rotterdam. Ze stond „met zo'n hoofd" op de bühne, grijnst ze. ,,Ik had zwaar hakwerk verwacht. Ik zei tegen die tatoeeerder: 'Ik sta nog tien keer liever in Ahoy dan dat ik dit Iaat doen'. Toen dat apparaat kabaal begon te maken dacht ik 'Ooooh', maar het viel mee. En ik vind hem moooooi."
Mir verdraait haar nek om haar aanwinst te kunnen zien. Ze moest hem zetten, zegt ze, vlak voor haar eerste solo-optreden voor tienduizend man in Ahoy. Ze wilde er al veel langer een, maar het was telkens het moment niet. Tot die ene avond, ze moest en zou het moment benutten.
De tatoeage staat voor een mijlpaal. „Twarres ligt achter me, er ligt zoveel achter me. Maar ik zie het wel. Ik heb alle vertrouwen in de toekomst. Daar zijn die ogen voor. Ik sta hier nu. En ik ben klaar voor wat er komt."
Ze gaf acht concerten met de Vrienden van Amstel. „Die eerste keer soundchecken in Ahoy.. Ik kreeg een soort onderbuikgevoel, iets zenuwachtigs maar het was heel fijn. Iets van: Hè, hè, ik ben er weer."
Dit is wat ze wil, ze twijfelt nooit en nu moet ze scoren, met haar single en haar nieuwe cd. Twee jaar lang heeft ze geschreven, geschrapt en gewacht. „Dat ei moest gelegd. Of het nu rond of vierkant werd, het moest eruit."
Tegenslagen Er waren tegenslagen, knikt ze. Ze viel van de trap, vier treetjes en brak haar bovenarm. Met een scheef lachje: „Dat is wel een leuke Triviantvraag: 'Wie ging er met een breuk het ziekenhuis in en kwam er met twee breuken weer uit?" Artsen zetten een pin in haar arm, maar daardoor brak ze haar elleboog.
Ze heeft „ongelooflijk zitten janken", toen ze de foto's in het ziekenhuis zag. „Ik dacht: hoe moet het met mijn gitaar, mijn planning, ik wilde mijn liedjes afmaken." Maar het was niet anders, zegt ze. „En ik heb stiekem toch geschreven, met mijn ene arm omhoog getakeld."
Ze kan niet zonder muziek. „Daar word ik gelukkig van." En ze kan ook niet zonder dieren. „Die zijn eerlijk, die liegen nooit. Bij dieren gaat het puur om gevoel, net als bij muziek. Met mensen moet je soms mooi weer lullen, maar dieren leven in een echte wereld."
Ze heeft twee honden, Piebe en Tommie, en een jaar geleden nam ze twee katjes mee uit Spanje. „Ergens gevonden in een tuin. Ik zei: 'Geef maar aan mij'. Bij de balie van de vliegmaatschappij heb ik enorm stennis geschopt, omdat eentje eerst in het vrachtruim mee moest. Uiteindelijk mochten ze allebei bij me op schoot. Ja kom zeg, twee zulke kleine katjes." Ze doopte ze Sipke en Jelle, en ze wonen nu in Weidum.
Belachelijk, zoals Spanjaarden met dieren omgaan, vindt Mir. „Met dat stierenvechten ook. Ga lekker zelf in zo'n arena. Je laat toch geen beesten moedwillig lijden?" Razend is ze ook omdat de Amerikaanse president Bush onderzeeboten wil uitrusten met sonar. Ze schreef er een liedje over, samen met Jim Kerr van de Simple Minds. Met grote ogen: „Weet je dat de oren van dolfijnen en walvissen ontploffen door die sonar? Het geluid daarvan is vergelijkbaar met het geluid van een Boeing 747 ter hoogte van dit plafond." Ze wijst omhoog en ze is nog steeds kwaad als ze zegt: „Het is echt niet toevallig hoor, dat die walvis in de Theems bij Londen zwom. Die beesten raken gedesoriënteerd." En dan die kut-Japanners weer, die op walvissen jagen. „Ik heb er slapeloze nachten van. Dan schaam ik me dood, dat ik mens ben."
Mirjam Timmer
geboren op 1 juli 1982 in Leeuwarden opgegroeid in Wergea
opleiding: Mavo en de school voor Mode en Handel
oktober 1998: wint samen met Johan van der Veen onder de naam Twarres een talentenjacht in Wouterswoude
mei 1999: Twarres wint met 'Wêr bisto' de publieksprijs van het festival Liet
juni 2000: Twarres tekent een contract met platenmaatschappij EMI, debuutcd 'Stream'
oktober 2000: Wêr bisto op 1 in Top 40 en Top 100
december 2003: afscheidsconcert in Wergea
maart 2005: de release van de solosingle wordt uitgesteld na een val van de trap
januari 2006: Mirjam wordt 'Mir', single 'Face to face' komt uit
Wereldleed
Ja, ze trekt zich het wereldleed nogal aan. „Ik ben filosofisch aangelegd. Ik kan heel blij zijn, maar ook ineens heel somber door nare dingen. Ik ben net een spons. Ik ben kwetsbaar, sentimenteel misschien. Dat is lastig en fijn, maar ik ben blij dat ik niet zo ongevoelig ben als de meeste mensen."
Ze schraapt haar keel. „Ik reageer soms heftig. Zo ben ik en daar moet ik dan maar iets mee doen. Schrijven bijvoorbeeld. Ik kan de wereld niet in mijn eentje veranderen, maar ik kan misschien iets wakker schudden in mensen. Dat ze een gevoel krijgen bij een liedje van mij."
Ondertussen heeft ze een team van „onbetaalbare" mensen om zich heen verzameld, die er alles aan doen om haar carrière tot een succes te maken. Mir houdt alles in eigen hand. „Een platenmaatschappij heeft meerdere belangen, maar ik heb maar een prioriteit en dat ben ik. Ik heb een stiliste gevraagd voor de foto's straks, maar als er iemand met een bikini aankomt, trek ik die echt niet aan. Kom zeg. Ik ben geen product."
‘Ha, het hek is van de dam’
Er is al zo weinig echte muziek, er wordt te veel in „concepten" gedacht, vindt Mir. Ze wil het anders. Ze is sterker geworden. „Het hek is van de dam." Uitgelaten: „Ha, het hek is van de dam. Met Twarres was ik al redelijk volwassen, maar nu ben ik vijftig plus, bij wijze van spreken. In de tijd van Twarres zag iedereen wel het succes, maar mensen zagen niet hoe hard we werkten om er te komen. Nu is het op, en nu wil ik het weer. Ik weet wat ik wil en ik weet hoe ik het moet krijgen."
Haar imago? Ze puft. „Ik denk dat ik wel een ander imago krijg. Met Twarres waren we toch een beetje Jut en Jul. Johan in een kuitbroekje en ik als een bloemetjesjurkje. We waren melancholiek, jong. Nu weet ik beter hoe ik er uit zie, op televisie en op de foto. Ik ben geen Heidi, en ik wil graag goed begrepen worden."
Maar de platenindustrie, die is toch erg? Genadeloos toch? Mir blaast: „De bio-industrie, die is echt erg." Ze kan niet wachten. Ze gaat de wereld in. Ze is er klaar voor. „Meer dan ooit tevoren." Johan, nog steeds haar hartsvriend, was bij een van de concerten in Ahoy. „Hij vond het heel gek om mij daar alleen te zien staan. Hij had iets van: 'Waar is mijn microfoon'." Maar Mir ging los. „Ik vind het prima. Zet mij maar ergens neer en ik zing wel."
JANTIEN DE BOER
(bron: Leeuwarder Courant, zaterdag 4 februari 2006 wmm)